Pestprotocol

Pestprotocol

1 Inleiding

 

Om verenigingen een handreiking te bieden hoe met pestgedrag om te gaan, heeft de Koninklijke Nederlandse Hockeybond een ‘pestprotocol’ op laten stellen. Dit protocol geeft achtergrondinformatie over wat (digitaal)pesten eigenlijk is, over een aanpak tegen pesten en over de begeleiding aan de verschillende partijen die bij het pesten zijn betrokken.

De volleybalbond NeVoBo heeft dit protocol van de KNHB gebruikt als basis voor een pestprotocol voor haar eigen volleybalverenigingen.

Wij hebben toestemming gekregen om hun protocol als basis te gebruiken voor een pestprotocol voor BSC Knights.

 

We hopen dat het protocol onze vereniging zal helpen om het onderwerp bespreekbaar te maken en om invulling te geven aan een pestbeleid binnen de club. Net als met alle andere onderwerpen die te maken hebben met Sportiviteit & Respect is het -om resultaat te bereiken-

 

  • Belangrijk om met elkaar afspraken te maken over de inhoud van zo’n beleid
  • Over hoe het beleid binnen de vereniging gestalte krijgt en
  • Wie op wat voor moment verantwoordelijk is of het aanspreekpunt is.

 

 

 

2 Achtergrondinformatie

 

2.1 Kenmerken van pesten

 

Pesten is niet hetzelfde als plagen. Bij plagen zijn de machtsverhoudingen gelijk: nu eens is de één ‘het lijdend voorwerp’ en dan weer de ander. Bij plagen is er sprake van een incident. Vaak is het een kwestie van elkaar voor de gek houden. Bij plagen loopt de geplaagde geen blijvende psychische en/of fysieke schade op en is meestal in staat om zich te verweren. Pesten is structureel. Pesten kan kinderen echt tot wanhoop brengen. Vanwege het structurele karakter van pesten moet er echt beleid worden gemaakt om het probleem aan te pakken. Een kortlopend project of eenmalige activiteit zet meestal onvoldoende zoden aan de dijk.

 

2.2 Wat is pesten?

 

Pesten heeft een aantal duidelijke kenmerken:

 

  • Pesten gebeurt opzettelijk
  • Pesten is bedoeld om schade toe te brengen (fysiek, materieel of mentaal)
  • Bij pesten is er altijd sprake van ongelijke machtsverhoudingen (fysiek of verbaal sterkere personen kiezen minder weerbare personen als slachtoffer)
  • Pesten gebeurt systematisch
  • Pesten houdt niet vanzelf op, maar wordt eerder erger als er niet wordt ingegrepen
  • Pesten is van alle tijden en komt in alle groepen en culturen voor. Het is dus een typisch menselijke ondeugd die altijd verborgen aanwezig is en steeds weer de kop kan opsteken.

 

2.3 Wie pesten er en wie worden er gepest?

 

Kinderen die pesten lijken vaak sterke kinderen in een groep. Het zijn vaak kinderen die problemen hebben in de thuissituatie, die voortdurend de strijd om de macht in de groep voeren, omdat zij zich verloren voelen in de groep. Door te pesten proberen zij indruk te maken op de groep, door een ander naar beneden te halen vijzelen zij hun eigenwaarde op.

 

Kinderen die gepest worden, zijn meestal onzeker, voorzichtig en hebben vaak een negatief zelfbeeld. Ze hebben soms moeite met sociale vaardigheden en zijn vaak geïsoleerd. Hoewel de gepeste fysiek vaak zwakker is dan de pester. Gepeste kinderen hebben moeite om zichzelf te verdedigen. Ze voelen zich machteloos tegenover de pester. Gepeste kinderen voelen zich vaak eenzaam.

 

Daarnaast is er een groep kinderen die geen actieve rol speelt in het geheel, maar die wel bepalend is voor het voortduren van het pestgedrag. Pestende kinderen kunnen zich gesterkt voelen door de zwijgende instemming van derden.

Hieronder volgen enkele veel voorkomende pesterijen die pesters met hun slachtoffers uithalen:

 

  • Voortdurend zogenaamd leuke opmerkingen maken over een teamgenoot
  • E-mails of sms-berichten met een bedreigende of beledigende inhoud versturen
  • Doodzwijgen
  • Isoleren
  • Psychisch en/of fysiek mishandelen
  • Slaan of schoppen
  • Bezittingen afpakken of stukmaken
  • Het slachtoffer voortdurend de schuld van iets geven
  • Vervelende opmerkingen maken over kleding of uiterlijk
  • Iemand aanspreken met een scheldwoord
  • Op internet (bv. beledigende) afbeeldingen van het slachtoffer plaatsen of verspreiden.

 

 

 

3 Aanpakken van pesten

 

Een team speelt een aantal jaren met elkaar, waardoor trainers en coaches na verloop van tijd zien/herkennen waar mogelijke problemen kunnen ontstaan. Het is belangrijk dat het bestuur en de technische commissie tijdig contact hebben met elkaar als zich een probleem voordoet.

 

3.1 Omgang met elkaar

 

Het is belangrijk om met elkaar vast te stellen welk gedrag je op je club (niet) wilt zien. Het is goed dat trainers/coaches en ouders met elkaar brainstormen over bepaalde onderwerpen m.b.t. gedrag. Vervolgens moet de trainer/coach dit onder de aandacht brengen van het team. Afspraken over hoe je je gedraagt binnen je team, kunnen op schrift gesteld worden en door iedereen ondertekend worden.

 

Voor de trainers/coaches is het essentieel dat zij een aanspreekpunt hebben binnen het bestuur. Belangrijk is ook dat zij een eventuele gebeurtenis bespreken binnen de technische commissie en gezamenlijk de te volgen actie(s) bepalen. Dit moet vastgelegd worden en gemeld worden bij het bestuur.

 

Voorbeelden van onderwerpen m.b.t. gedrag:

  • Roddelen
  • Aan spullen van een ander zitten
  • Elkaar uitlachen
  • Elkaar met een bijnaam aanspreken
  • Vloeken, schelden
  • Hoe om te gaan met ruzie
  • Luisteren naar elkaar
  • Het beoordelen op uiterlijk
  • Nieuwkomers in het team goed ontvangen en opvangen
  • Hoe om te gaan met een pester
  • Doorgeven aan trainer/coach wanneer er wordt gepest. Uitleggen dat dit geen klikken is.

 

Trainers/coaches kunnen pesten vroegtijdig signaleren door alert te zijn op de besproken onderwerpen.

 

3.2 Hoe te handelen wanneer er een vermoeden bestaat van pestgedrag

 

Stap 1

Vaststellen of de gepeste heeft geprobeerd het eerst samen met de pester op te lossen.

 

Stap 2

Op het moment dat de gepeste en de pester er samen niet uitkomen, moet de trainer/coach actief ingrijpen.

 

Stap 3

  • De trainer/coach brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderinggesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterijen op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken.
  • Contact zoeken met de ouders van de partijen na de kinderen daarover ingelicht te hebben.
  • Een gesprek voeren met het hele team. Als trainer/coach kun je het onderwerp pesten aan de orde brengen door met het team te bespreken wat de oorzaken en de gevolgen zijn voor de slachtoffers, de daders, de meelopers en de zwijgende middengroep. Besproken kan worden of ze zich realiseren welk verdriet zij veroorzaken met hun houding. Vervolgens kan aan het team om suggesties gevraagd worden hoe de situatie verbeterd kan worden.
  • Bij herhaling van pesterijen tussen dezelfde personen zullen sancties richting pester volgen.

 

Stap 4

Bij herhaaldelijke ruzie/pestgedrag neemt de trainer/coach duidelijk stelling en heeft een gesprek met de pester. De fases van bestraffen treden in werking (zie sancties, H. 5). Ook wordt de naam van de pester genoteerd in een verslag.

Bij iedere melding omschrijft de trainer/coach de toedracht.

De trainer/coach en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing.

NB: Jonge kinderen zullen minder in staat zijn om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen in de bovenstaande stappen. Het aandeel van de trainer/coach en van de ouders zal dan groter zijn.

 

 

 

4 Begeleiding aan de pester, de gepeste en het team

 

Uit onderzoek blijkt dat pesters fysiek en verbaal vaak sterker zijn dan hun teamgenoten.

 

De trainer/coach biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt in overleg met de ouders en eventueel met een externe deskundige de pester.

4.1 Begeleiding van de gepeste

 

  • Het probleem serieus nemen: luisteren en nagaan hoe en door wie wordt gepest
  • Informeren hoe de gepeste zelf reageert, wat doet hij/zij vóór, tijdens en na het pesten (huilen of heel boos worden is juist vaak een reactie die een pester wil uitlokken)
  • Het kind/de jongere voorbeelden aandragen hoe je op een andere manier zou kunnen reageren
  • Het gepeste kind vertellen/uitleggen waarom iemand pest
  • Praten over welke oplossing het kind/de jongere zelf zou willen/kunnen toepassen
  • Sterke kanten van het kind/de jongere benadrukken
  • Complimenteren als het kind op een betere manier om kan gaan met een moeilijke situatie
  • Praten met de ouders van het gepeste kind en met de ouders van de pester

 

 

4.2 Begeleiding van de pester

 

De hulp aan de pester kan bestaan uit:

 

  • Contact tussen ouders en trainer/coach: elkaar informeren en samen overleggen
  • Zoeken naar de reden van het pesten (baas willen zijn, jaloezie, verveling, buitengesloten voelen, zelf gepest zijn, bang zijn om zelf mikpunt te worden als niet een ander de zondebok is, zich groot voor willen doen ten opzichte van anderen enz.)
  • Praten over wat het effect van zijn/haar gedrag op de gepeste kan zijn
  • Praten over de positieve kanten van de gepeste
  • Excuses aan laten bieden
  • Bestraffend optreden als er wel gepest wordt. Belonen van goed gedrag
  • Andere manieren van reageren aanbieden, bijv. de ‘stop-eerst-nadenken-houding’
  • Overleggen met het kind en de ouders welke vaardigheden eigen gemaakt moeten worden
  • Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komt regelmatig (voor een bepaalde periode) in een kort gesprek aan de orde
  • Het kind/de jongere helpen zich aan regels en afspraken te houden
  • Als het pesten blijft voortduren, kan externe hulp worden ingeschakeld

 

 

4.3 Het team betrekken bij de oplossingen van het pestprobleem

 

  • Met de teamleden praten over pesten en over hun rol daarin
  • Met de teamleden overleggen over mogelijke oplossingen en over wat ze zelf kunnen bijdragen aan die oplossingen. Dit vastleggen in regels en een plan van aanpak.

 

 

 

5. Sancties

 

Als er sancties genomen worden, zullen de ouders altijd op de hoogte gesteld worden.

 

Een straf kan bijv. bestaan uit:

 

Stap 1

  • Eén of meerdere training(en) niet aanwezig mogen zijn
  • Nablijven tot dat alle teamgenoten naar huis vertrokken zijn
  • Een schriftelijke opdracht zoals een opstel over de toedracht en zijn/haar rol in het pestprobleem

 

Stap 2

De ouders nadrukkelijk betrekken bij de situatie. De vereniging heeft een dossier bijgehouden van de acties die hebben plaatsgevonden. Dit dossier is uitgangspunt voor het gesprek.

 

Stap 3

Bij aanhoudend pestgedrag wordt de pester tijdelijk geschorst.

 

Stap 4

In extreme gevallen moet de pester defintief geschorst worden.

 

 

 

6 Social Media pesten en de aanpak ervan

 

6.1 Digitaal pesten

Pesten gebeurt ook via internet en mobiele telefoon. Digitaal pesten verschilt in bepaalde opzichten van het ‘traditionele’ pesten. Het kan namelijk op afstand, anoniem en non-stop.

Vormen van digitaal pesten kunnen zijn o.a.: anonieme berichten (schelden, bedreigen, roddelen) versturen via Whats-app etc, ongevraagd foto’s van anderen op internet plaatsen, privégegevens op internet zetten, haatprofielen aanmaken, virussen starten etc.

Opvallend bij deze wijze van pesten is dat het taalgebruik veel harder is dan bij direct pesten. Dat kan door de anonimiteit waarin het plaatsvindt. De kans om gepakt te worden is immers kleiner dan bij ‘gewoon’ pesten.

De effecten van digitaal pesten kunnen erger zijn dan bij traditioneel pesten. Afbeeldingen en teksten die eenmaal op internet staan, zijn vaak niet meer te verwijderen. Deze vorm van pesten kan ook op langere termijn zeer grote gevolgen hebben.

 

6.2 Het aanpakken van digitaal pesten

 

Regelmatig verschijnen er in de media berichten dat kinderen/jongeren bijv. aanstootgevende Whats-apps of e-mailberichten ontvangen of dat kinderen/jongeren schokkende foto’s of bedreigingen naar elkaar verzenden. Over het veilig omgaan met de nieuwe communicatiemiddelen en wat te doen als er toch via die middelen wordt gepest, heeft de Stichting De Kinderconsument het boek ‘Pandora’s mailbox. Gids voor een kindveilig internet’ geschreven.

Ook op de website www.besafeonline.org van de Vereniging voor Openbaar Onderwijs (VOO) staan veel tips hoe om te gaan met foute e-mails, foute appjes etc.

Aan kinderen/jongeren die (digitaal) worden gepest, wordt geadviseerd nooit te reageren.

Evt. volgende berichten van dezelfde afzender direct ongeopend verwijderen of de afzender blokkeren. Wanneer daders geen respons krijgen, blijkt de lol er snel af te gaan.

Een oplossing kan ook zijn een andere e-mail adres te nemen, dat zeer selectief bekend wordt gemaakt. Kinderen/jongeren die per telefoon worden lastig gevallen, wordt aangeraden bepaalde nummers te blokkeren. Je kunt ook kiezen voor een geheim nummer.

Informatieve websites over (digitaal) pesten:

www.pesten.nl/

www.mijnkindonline.nl

www.dekinderconsument.nl

www.besafeonline.org

 

Auteur: Koninklijke Nederlandse Volleybalbond

Uitgave december 2010 www.volleybal.nl info@nevobo.nl

Bij het ontwikkelen van het pestprotocol heeft de KNVB gebruik gemaakt van de zgn. ‘Vijfsporen-

aanpak’ (B. van der Meer, 1994) en ‘Pesten op school, hoe ga je ermee om?’ (Landelijke organisaties

voor ouders in het onderwijs, 2003).